De rozemarijn kreeg van Linnaeus in 1753 de wetenschappelijke naam Rosmarinus officinalis. De botanische naam rosmarinus betekent letterlijk: dauw der zee. Deze naam verwijst waarschijnlijk naar het feit dat de altijd groene struik met name langs de kust groeide.
Determinatie:
Rozemarijn is een groenblijvende heester. De takken kunnen 0,5 tot 1,5 meter lang worden. De lijnvormige bladeren zijn zittend en aan de onderkant grijs; ze zijn harsachtig, leerachtig, naaldachtig. De plant bloeit in Nederland en België van april tot juni met 1 tot 1,2 cm lange, blauw violette (soms witte) bloemen.
Folklore:
Rozemarijn is een oud middel voor de versterking van het geheugen, en het is een symbool voor vriendschap en trouw.
Rozemarijn hing samen met niet-vergeten: men gaf takjes aan geliefden die op reis gingen en droeg kransen bij bruiloften. Op begrafenissen werden takjes rozemarijn op de graven gelegd om te symboliseren dat de overledene niet zou worden vergeten.
Men vond al restanten van rozemarijn terug in de piramiden van de Egyptenaren, bij wie het kruid als heilig aangeschreven stond. Bij de Grieken en Romeinen stond het symbool voor liefde, vriendschap en trouw. Het plantje werd bij huwelijks- en geboorterituelen gebruikt.